De U-WRAP multifunctionele paraplu dispenser maakt voortaan korte metten met druipende paraplu’s, natte vloeren en slippartijen. Voortaan blijft de EHBO doos lekker in de kast en rekent u af met extra schoonmaakkosten.

U-WRAP steekt iedere natte paraplu in een U-bag. Deze hoesjes voorkomen natte vloeren en onnodig parapluverlies. Immers, klanten kunnen deze gewoon overal bij de hand houden. En zo vangt u 2, of eigenlijk… 4 vliegen in 1 klap! De U-bags kunnen namelijk ook met uw bedrijfslogo worden bedrukt. En zo verandert iedere willekeurige paraplu in een ommezwaai in uw reclamedrager.

U-WRAP is uitermate gebruiksvriendelijk. Plaats de paraplu in de dispenser en de wrapper doet in een handomdraai het werk. De paraplu wordt direct in plastic verpakt, lekt niet meer en zorgt voor de nodige exposure en impact.

Zowel binnen als buiten.

De stralende zonnegod Ra

De stralende zonnegod Ra

In het begin was er duisternis en eindeloos water, en in dat water leefden de oude god Noen en zijn enige zoon Ra. Maar er was ook een onderwereld, diep beneden, en in die onderwereld woonde de woeste, reusachtige slang Apep.

Er kwam een tijd dat Ra besloot weg te gaan bij zijn vader. “Ik zal de gouden zon zijn,” zei Ra. En toen, helder stralend als de zon, rees hij langzaam op uit het water. Hij was een knappe god om te zien, heel groot, met het lichaam, de armen en benen van een man en het gevederde hoofd van een havik. En overal en altijd straalde hij helder.

Toen Ra nu uit het water kwam, was er nergens een plek voor hem om op te staan. Hij dacht, en er verscheen een berg aarde. Hij stond op de berg aarde en dacht nog meer. Eerst dacht hij aan lucht, en er begon een zacht windje te waaien. Ra noemde hem de god Sjoe. Ra dacht aan vochtigheid, en er dreef een lichte mistwolk voorbij. Die noemde Ra de godin Tefnoet. Vervolgens maakte Ra nog een andere god en noemde hem Geb. “Jij zult de aarde zijn,” zei Ra. En Geb ging liggen en werd de vlakke aarde. Hij boog zijn knieën en kromde zijn ellebogen en dat werden bergen en dalen. Toen maakte Ra een wonderschone godin en noemde haar Noet. “Jij zult de hemel zijn,” zei Ra. En de schone Noet spande haar lichaam als een boog over de aarde. Ze balanceerde op haar vingertoppen en tenen en strekte zich helemaal uit, tot de hoge, brede hemelboog ontstond.

Toen Ra de schoonheid van de godin Noet zag, maakte hij sterren en strooide die over haar heen, als juwelen, zodat ze nog mooier werd. Weer dacht Ra, en hij weende grote tranen, en uit iedere traan kwam een levend wezen te voorschijn – mannen en vrouwen, alle schepselen die lopen, kruipen, zwemmen of vliegen, en de planten die onder hen leven. Ra weende en weende, tot hij alles gemaakt had dat leven heeft.

Toen kwam er een tijd van vrede en geluk. Mannen, vrouwen en kinderen waren tevreden, en ze vereerden Ra, hun stralende god, en hij heerste over hen en was hun eerste farao. Er waren nooit ruzies of vechtpartijen. Zelfs de krokodillen wisten nog niet hoe ze hun kaken op elkaar moesten klappen en bijten, en ook de slangen hadden hun giftige beet nog niet geleerd.

Maar na een tijdje vergaten de dieren hun vreedzame gewoonten en begonnen elkaar aan te vallen. Ook mannen, vrouwen en kinderen begonnen ruzie te maken en elkaar pijn te doen; ze vergaten Ra, hun stralende god, en hielden op hem te vereren.

Toen was Ra bedroefd. “Waarom moeten jullie ruzie maken en vechten?” vroeg hij. “Waarom kunnen jullie geen vrienden zijn en vreedzaam samenleven?” Maar de mensen luisterden niet naar Ra, hun stralende god, en niemand gaf antwoord. Ra dacht. “Ik wil niet langer leven in deze wereld,” zei hij. En hij rees omhoog, hoger en hoger, naar de hemel, waar een boot op hem lag te wachten.

Hij ging aan boord en zeilde weg, de hemel langs. Toen hij bij de rand van de aarde was gekomen, zeilde hij de onderwereld binnen. Toen was het voor het eerst donker op aarde. Maar Ra wilde de mensen niet bang maken. Hij dacht en maakte de maan, zodat er een zacht, zilverig licht zou schijnen om de mensen gerust te stellen als de nacht viel.

Sinds die tijd vaart Ra elke dag in zijn boot langs de blauwe hemel en schijnt op de aarde. ‘s Avonds gaat hij onder en gaat naar de onderwereld, en daar wacht de reusachtige, woeste slang Apep hem op. Elke nacht slingert Apep zich om Ra en zijn boot heen en probeert hem op te slokken. Dan volgt er een lange strijd, maar Ra is altijd de sterkste. Elke morgen komt hij zonder mankeren terug als een gouden schijf, fris en helder stralend aan de oostelijke hemel. En dan begint een nieuwe dag.

Het geluk kan in een stukje hout liggen

Het geluk kan in een stukje hout liggen

Nu ga ik een verhaaltje over het geluk vertellen. Het geluk kennen we allemaal. Sommigen zien het jaar in, jaar uit, anderen alleen in sommige jaren, of maar één dag. Er zijn zelfs mensen die het maar één keer in hun leven zien, maar het tegenkomen doen we allemaal.

Ik hoef natuurlijk niet te vertellen, want dat weet iedereen, dat Onze-Lieve-Heer de kleine kindertjes stuurt en ze in hun moeders schoot legt – of dat nou in een rijk kasteel of in een behaaglijke kamer is, of op een open veld waar de koude wind blaast. Maar niet iedereen weet, terwijl het toch vaststaat, dat Onze-Lieve-Heer als Hij een kindje brengt, ook een geschenk van het geluk meebrengt. Maar dat legt Hij er niet open en bloot naast.

Dat legt Hij ergens in de wereld waar je het minst op het idee komt om het te zoeken. Toch wordt het altijd gevonden en dat is ook het prettige er van. Het kan wel in een appel zijn gestopt. Dat was het geval voor een geleerd man die Newton heette. De appel viel van de boom en zo vond hij zijn geluk. Ken je dat verhaal niet, vraag dan iemand die het kent, het je te vertellen. Ik heb een ander verhaal te vertellen en dat is een verhaal over een peer.

Er was eens een arme man, die in armoede was geboren en in armoede was opgegroeid, en met die achtergrond was hij getrouwd. Hij was trouwens bankwerker van beroep en hij maakte vooral paraplustokken en parapluringen, maar hij had nauwelijks genoeg om van te leven. “Ik vind het geluk nooit,” zei hij.

Dit is een waar gebeurd verhaal en ik kan je het land en de plaats noemen waar die man woonde, maar dat doet er niet toe. Er groeiden zure, rode bessen als een kostbare versiering voor zijn huis en in zijn tuin, waar ook een perenboom in stond. Er groeide niet één peer aan en toch zat het geluk in die perenboom, in de onzichtbare peren aan die boom.

Op een nacht stormde het echt vreselijk. In de krant stond dat de grote diligence door de storm van de weg werd getild en als een vod weer neergegooid. Dus hoeft het je niet te verbazen dat er een grote tak van de perenboom afbrak. De tak werd in de werkplaats gelegd en de man maakte er voor de grap een grote peer van, en toen nog een grote, daarop een kleinere en toen een paar hele kleintjes. “De boom moest toch één keer peren krijgen,” zei de man, en hij gaf ze aan zijn kinderen om er mee te spelen.

Aan de levensbehoeften in een nat land mag een paraplu niet ontbreken. Het hele huis bezat er maar één, voor gemeenschappelijk gebruik. Als de wind te hard blies, dan klapte de paraplu binnenste buiten. Hij brak zelfs een paar keer, maar de man maakte hem meteen weer in orde. Maar het vervelende was dat het knopje dat de paraplu bij elkaar moest houden als hij dichtgeklapt was, er veel te vaak af sprong of dat de ring die eromheen werd geschoven, stuk ging.

Op een dag brak het knopje af. De man zocht het op de grond, maar vond daar een van de allerkleinste peertjes die hij had gemaakt en die de kinderen hadden gekregen om mee te spelen. “Dat knopje is niet te vinden,” zei de man, “maar dit dingetje kan ook wel dienen.” Toen boorde hij er een gaatje in, trok daar een lusje door en het kleine peertje paste precies in de gebroken ring. Eigenlijk was het de beste sluiting die de paraplu ooit had gehad.

Toen de man het volgend jaar paraplustokken naar de hoofdstad moest sturen, waar hij dat soort dingen leverde, stuurde hij ook een paar van zijn zelfgemaakte houten peertjes met een halve ring eraan, met het verzoek ze eens te proberen. En zo kwamen ze in Amerika terecht. Daar merkten ze al gauw dat het kleine peertje veel beter hield dan andere knopjes, dus toen verlangden ze van de koopman dat alle volgende paraplu’s een klein peertje als sluiting kregen.

Nou, toen kwam er werk aan de winkel! Duizenden peren! Houten peren aan alle paraplu’s. De man moest aan de slag. Hij stond maar aan zijn draaibank. De hele perenboom ging op aan kleine peertjes. Dat leverde een aardig centje op, of liever een bom duiten.

“In die perenboom zat mijn geluk!” zei de man. Hij kreeg een grote werkplaats met knechts en leerlingen. Hij had altijd een goed humeur en zei: “Het geluk kan in een stukje hout liggen!” Dat zeg ik, die dit verhaal vertel, ook.

Er bestaat een gezegde: “Neem een wit stokje in je mond, dan ben je onzichtbaar,” maar dat moet dan wel uit het juiste hout zijn gesneden, dat ons door Onze-Lieve-Heer als geluksgeschenk wordt gegeven. Dat heb ik gekregen en ik kan net als die man ergens klinkende munt uit slaan, blinkend goud, het allermooiste goud, dat je uit kinderogen tegemoet straalt, dat je uit de kindermond hoort en ook van vader en moeder. Zij lezen mijn verhalen en ik sta midden in de kamer bij hen, maar onzichtbaar, want ik heb dat witte stokje in mijn mond. En wanneer ik dan het gevoel heb dat ze blij zijn met wat ik ze te vertellen heb, dan zeg ik ook: “Het geluk kan in een stukje hout liggen.”

De zwarte paraplu

De zwarte paraplu
Het huisje stond aan de rand van de stad en behoorde toe aan Eliza, een zwarte vrouw. Al vele jaren was ze keukenmeid en wasvrouw in het huis van een rijke koopman. Van maandagmorgen tot en met zondagmorgen werkte en sliep ze in het grote fraaie huis, maar de zondagmiddag en de nacht van zondag op maandag bracht ze door in haar kleine huis in de buitenwijk. Daar zat ze meestal bij het raam, want zo kon ze horen en zien, wat er buiten gebeurde.

Toen ze op een avond bij het raam was ingedommeld, werd ze wakker door een eigenaardig zingen. “Zo zingt een vogel toch niet,” dacht Eliza en ze sloeg de ogen op. In het schemerdonker kon ze achter het lage muurtje van het kerkhof een aantal in het zwart geklede gebogen gedaanten zien. En ze beluisterde het lied, waarmee de mensen gewend waren hun doden naar het graf te begeleiden:

Geen tranen zullen meer in je ogen komen;
jij bent nu voor eeuwig thuis,
daar waar geen tranen meer stromen.
Eliza de keukenmeid had dat lied dikwijls zelf gezongen, wanneer een buurman of buurvrouw uit de buurt naar de laatste rustplaats werd gebracht. Eliza zong graag: treurige en vrolijke liederen, maar het liefst treurige. Ze deed nu het raam dicht, trok haar schoenen aan, zette haar hoed op en ging naar buiten.

Op het kerkhof knielde ze naast de rouwende mensen neer en zong met hen mee. Het werd donker, de regen viel uit de laaghangende wolken, de wind bulderde boven het kerkhof. Eliza trok haar hoed dieper over het voorhoofd en zette de kraag van haar mantel op. De regen liep haar langs de rug, maar ze zong door. En er stond een lange magere man in een zwarte geklede jas op om de keukenmeid een grote zwarte paraplu te geven. “Neem hem maar, zuster,” zei hij, “zo’n goede zangeres mag niet nat worden.” En hij maakte de paraplu voor haar open. De keukenmeid school eronder weg en bleef met de anderen het graflied voor de arme negers zingen.

Toen het lied beëindigd werd, stond de magere man nog eens op en begon te bidden. Allen baden gedempt met hem mee. Maar toen de keukenmeid tenslotte ‘amen’ zei, stak er een hevige wind op, die over het kerkhof dreunde als vlerken van een reusachtige vogel. Eliza keek op en zag, dat ze naast een met gras en onkruid begroeid graf lag geknield en dat er zich buiten haar niemand op het kerkhof bevond.

Geschrokken stond ze op en vluchtte naar huis. Nadat ze de huisdeur achter zich gesloten had, merkte ze, dat ze de grote zwarte paraplu nog steeds in haar hand hield. Ze zette hem in een hoek en bracht de nacht trillend en wakend door. Zouden de geesten van de gestorvenen de paraplu niet terug komen halen? Maar er verscheen niemand, slechts de regen ruiste eentonig neer en de door de wind gegeselde takken sloegen tegen het raam.

Nog vele jaren stond die grote zwarte paraplu in het huisje van keukenmeid Eliza. Als het regende, haalde ze hem uit de hoek en als ze thuiskwam, zette ze hem weer op zijn plaats. Maar ze leende hem nooit uit. En niemand heeft haar ooit uitgelachen, als Eliza vertelde dat ze in de regen met de geesten het dodenlied voor arme negers had gezongen.

 

OV gaat rijden met 100% uitstootvrije bussen

OV gaat rijden met 100% uitstootvrije bussen

Alle nieuwe bussen in het openbaar vervoer zijn per 2025 vrij van schadelijke uitlaatgassen. Sharon Dijksma, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, heeft daartoe een overeenkomst getekend met alle vervoerspartijen waarin afgesproken is dat er snel meer bussen op elektriciteit en waterstof komen.

Noord-Brabant en Limburg staan aan de basis van deze overeenkomst, omdat busmaatschappijen uit deze twee provincies binnen een paar jaar al volledig elektrisch rijden. `Noord-Brabant en Limburg laten nu al zien dat uitstootvrije bussen een slimme investering zijn voor zowel ons milieu als de economie`, stelt Dijksma. `Het geeft bovendien een flinke impuls aan de positie die we als Nederland willen innemen in het verduurzamen van ons stads- en streekvervoer. Nederlandse bedrijven die technieken ontwikkelen en bussen produceren profiteren ook van deze aanpak.`

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de metropoolregio`s hebben met hun ondertekening vastgelegd dat zij bij het uitschrijven van de busvervoerconcessies eisen dat alle bussen uitstootvrij zijn. Een andere eis wordt dat de brandstof voor de bussen uiterlijk 2025 geheel duurzaam wordt opgewekt door zonnepanelen of windmolens uit de regio.

Rioolwater steeds beter gezuiverd

Rioolwater steeds beter gezuiverd
Het water dat door rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt geloosd, is steeds minder vervuild. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Vergeleken met 1990 zitten er nu minder fosfor, stikstof of zware metalen in het restwater.

Het meeste rioolwater van huishoudens kwam tot 1970 ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht, met een slechte waterkwaliteit tot gevolg. De rioolwaterzuiveringsinstallaties hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de vermindering van watervervuiling. Ook de sanering van industriële lozingen droegen bij aan de betere zuivering van water.

Tot de vervuilende stoffen behoren onder meer fosfor- en stikstofverbindingen en zware metalen. Van deze stoffen is de daling het grootst bij koper, daarvan bevat het restwater van rioolwaterzuiveringsinstallaties nu bijna 80 procent minder dan in 1990. Verder bevat het 65 procent minder stikstof- en fosforverbindingen, en de helft minder zink.

Rioolwater

Oppervlaktewater

Naast het gezuiverde rioolwater dragen ook andere bronnen bij aan de totale vervuiling van het oppervlaktewater, zoals uit- en afspoeling van landbouw- en natuurbodems, afzetting vanuit de lucht (atmosferische depositie), directe lozingen door industriële- en landbouwbedrijven en lozingen vanuit nooduitlaten of overstorten van het rioolstelsel in geval van hevige neerslag.

In Nederland staan 337 rioolwaterzuiveringsinstallaties, die ruim 1,8 miljard kubieke meter rioolwater per jaar zuiver. Per dag is dat de inhoud van bijna 2000 olympische zwembaden.

Nederlanders verbruiken minder leidingwater

Nederlanders verbruiken minder leidingwater
Hoewel de bevolking is gegroeid, zijn Nederlanders minder leidingwater in huis gaan gebruiken. In 2008 werd er 1.095 miljoen kubieke meter water verbruikt. In 2012 was die hoeveelheid gedaald tot 1.070 miljoen kubieke meter. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat voor het eerst alle waterstromen binnen de Nederlandse economie in kaart heeft gebracht.

Huishoudens zijn verantwoordelijk voor driekwart van het leidingwaterverbruik. De rest komt voor rekening van bedrijven en instanties. Die groep is eveneens minder leidingwater gaan gebruiken.

Waterbesparing

Het CBS verklaart de daling in het huishoudelijk waterverbruik door waterbesparende maatregelen in de afgelopen decennia, zoals zuinigere douchekoppen en toiletten. Ook apparaten als wasmachines en vaatwassers hebben steeds minder water nodig.

Leidingwater bestaat uit grondwater en zoet oppervlaktewater, dat is bewerkt door waterleidingbedrijven. Verbruikt water wordt gezuiverd en weer geloosd in oppervlaktewateren.

Waterverbruik

Bron: CBS© NU.nl/Jerry Vermanen

Werkgever stimuleert werknemer te weinig om trap te nemen

Werkgever stimuleert werknemer te weinig om trap te nemen
Driekwart van de werkende Nederlanders wordt niet door hun werkgever gestimuleerd om de trap te nemen. Vaak wordt er op de werkvloer voorkeur gegeven aan het gebruik van de lift. Dat blijkt uit een onderzoek van GfK dat Het Nationale Diabetes Fonds liet uitvoeren in het kader van de Nationale Traploopweek. Aan het onderzoek deden 1.140 werknemers mee van achttien jaar en ouder.

41 procent van de respondenten neemt de lift omdat dit makkelijker is, twee vijfde doet dit omdat zij vinden dat ze op een hoge verdieping zitten en 35 procent heeft geen zin om buiten adem boven te komen. Jongeren tussen de 18 en 29 jaar nemen het vaakst de lift, werknemers tussen de 40 en 49 jaar kiezen vaker voor de trap.

Bij de overweging om de trap of de lift te kiezen speelt ijdelheid ook een rol. 20 procent van de jongeren neemt de lift omdat ze gebruik willen maken van de spiegel.

Redenen tegen traplopen

Bron: GfK/Nationale Diabetes Fonds© NU.nl/Julien Dom

Zitten

Met het initiatief wil de organisatie voor meer beweging op de werkvloer zorgen. “Nederland is Europees kampioen zitten. Werknemers zitten gemiddeld 7,1 uur per werkdag”, aldus Hanneke Dessing, directeur van Het Diabetes Fonds.

“Dit cijfer is zorgwekkend en moet omlaag, werkgevers hebben hierin een essentiële rol. Ze kunnen hun werknemers verleiden te bewegen door bijvoorbeeld duidelijk aan te geven waar de trap is, lunchwandelen te stimuleren en staand werken te faciliteren.

Gezondheid

Het stimuleren van traplopen bij werknemers, zou na twaalf weken al een positief effect op fitheid, gewicht en bloeddruk hebben. Met traplopen worden gemiddeld zo’n 10 calorieën per minuut verbrand. Het inlassen van meerdere korte momenten van bewegen per dag zou helpen het metabool syndroom, voorloper van diabetes type 2, te voorkomen.

De Nationale Traploopweek wordt georganiseerd van 11 tot en met 15 april.

Aantal plug-inhybrides op Nederlandse wegen in jaar tijd verdubbeld

Aantal plug-inhybrides op Nederlandse wegen in jaar tijd verdubbeld
Begin 2016 reden er in Nederland twee keer meer zogeheten plug-inhybrideauto’s rond dan een jaar eerder. Dat meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag.

Plug-inhybrides zijn auto’s die zijn uitgerust met zowel een verbrandingsmotor als een elektromotor waarvan de accu via een stekker kan worden opgeladen.

Het aantal plug-inhybride auto’s groeide sterker dan hybride auto’s, waarvan de accu alleen tijdens het rijden wordt opgeladen, en volledig elektrisch aangedreven modellen.

De verkoop van laatstgenoemde groep steeg in 2015 met ruim een derde. Hybride auto’s zagen de verkopen met 10 procent stijgen. In totaal was aan het begin van het jaar één op de veertig automodellen geheel of gedeeltelijk elektrisch aangedreven.

De Mitsubishi Outlander PHEV was afgelopen jaar de meest verkochte plug-inhybride. Bij de hybrides zonder stekker werd de Toyota Auris HEV het meest verkocht, terwijl de Tesla Model S de populairste volledig elektrisch aangedreven auto was.

Zakelijke rijders

Van alle elektrisch aangedreven auto’s rijdt één op de twintig volledig op stroom. De rest betreft hybrides of plug-inhybrides. Volgens het CBS worden geheel of gedeeltelijk elektrisch aangedreven auto’s vaak gebruikt door zakelijke rijders.

Van de in totaal zestigduizend geheel of gedeeltelijk elektrisch aangedreven nieuwe auto’s die afgelopen jaar werden verkocht, vond een derde een nieuwe eigenaar in december. Tot vorig jaar kenden hybride en elektrische voertuigen een lage fiscale bijstelling. Deze regeling is op 1 januari van dit jaar aangescherpt.

Delfzijl krijgt grootste zonne-energiepark van Nederland

Delfzijl krijgt grootste zonne-energiepark van Nederland

Binnenkort wordt gestart met de bouw van het grootste zonnepark van Nederland. Het zonne-energie park ‘SunPort Delfzijl’ komt in het Delfzijlse havengebied (Oosterhorn) in Groningen Seaports.

Met 123.000 zonnepanelen op 30 ha. grond in de zuidwestelijke hoek van het Delfzijlse havengebied, zal het park 30 MW vermogen aan zonne-energie genereren. Dit is vergelijkbaar met het energieverbruik van 10.000 tot 12.000 huishoudens. De eerste zonne-energie is eind 2016 beschikbaar en wordt geleverd aan de industrie in de regio Eemsdelta. Met het project is een totale investering van ruim 30 miljoen euro gemoeid.

Tot nu toe gold het zonnepark dat bij Leek komt met een vermogen van 15 megawatt als het grootste dat in Nederland wordt gebouwd. Veel parken die zijn gerealiseerd of in ontwikkeling zijn hebben een vermogen tot zo’n zeven megawatt.

Het park in Delfzijl wordt gebouwd met de zonnepanelen in een oost-westelijke richting. Dat zorgt voor een efficiënter gebruik van het perceel en een hogere productie gedurende de dag, omdat daardoor ook stroom kan worden geleverd buiten de gebruikelijke piekuren. Een woordvoerder van de gemeente Delfzijl zegt: ”Voor ons als gemeente is dit solarpark een enorme stimulans om naastwindenergie nu ook zonne-energie in te zetten voor onze industrie. In de gemeente wordt meer energie gebruikt dan in de hele provincie samen.”

Het is de bedoeling dat het park voor het einde van het jaar is aangesloten op het elektriciteitsnet, waarna de eerste zonnestroom kan worden geleverd.

Duurzame energie breekt alle records

Duurzame energie breekt alle records

Wereldwijd werd er vorig jaar tweemaal meer geïnvesteerd in hernieuwbare energie dan in gas en steenkool. Voor het eerst investeerden ontwikkelingslanden ook meer in schone energie dan industrielanden.

In 2015 werd in totaal zo’n 256 miljard euro geïnvesteerd in hernieuwbare energie, meer dan het vorige record van 248 miljard in 2011, blijkt uit cijfers van het VN-milieuagentschap Unep. Bij die cijfers zijn geen investeringen in waterkrachtcentrales meegeteld, wel in zonne- en windenergie en biomassa. Het jaar was om nog meer redenen een mijlpaal: voor het eerst investeerden ontwikkelings- en groeilanden meer in schone energie dan in de industrielanden.

China
China is goed voor 36 procent van het wereldwijde totaal: de investeringen groeiden er met 17 procent tussen 2014 en 2015, tot 92 miljard euro. Die groei zal naar alle waarschijnlijkheid aanhouden, want het onlangs voorgestelde Chinese vijfjarenplan legt sterk de nadruk op hernieuwbare energie.

Ook in de VS werd volop geïnvesteerd in hernieuwbare energie dankzij nieuwe maatregelen van de overheid. De investeringen stegen er met een vijfde, tot 44 miljard dollar. Europa, dat jarenlang wereldleider was, deed het erg pover. De investeringen daalden binnen de EU tot 43 miljard euro.

Vooral zonne-energie deed het goed vorig jaar, met een stijging van 12 procent in de investeringen tot 144 miljard wereldwijd. Ook windenergie steeg, met zo’n 4 procent. Biomassa en biobrandstoffen daalden dan weer, net als geothermische energie.

Lage olieprijs
“Deze cijfers bewijzen het ongelijk van iedereen die dacht dat de investeringen in hernieuwbare energie zouden stilvallen door de dalende olie- en gasprijs”, zegt Michael Liebreich van Bloomberg New Energy Finance, dat meewerkte aan het rapport “Ze tonen aan dat zonne- en windenergie steeds competitiever worden op het vlak van de kosten.”

Veel ontwikkelingslanden geven hernieuwbare energiebronnen nu een aanzienlijk aandeel in de energiemix, zegt hij. “Ze produceren goedkopere energie, maken landen minder afhankelijk van de toekomstige prijzen van fossiele brandstoffen en vooral: ze kunnen erg snel worden geïnstalleerd op plekken waar energie nodig is. Het is erg onwaarschijnlijk dat die trend verandert, zeker gezien het akkoord dat in december in Parijs werd bereikt.”